Veilig gebruik van een gasfles

Veilig gebruik van een gasfles

Verkeerd of onvoorzichtig gebruik van gasflessen kan gevaarlijk zijn. Daarom leest u hier een aantal belangrijke tips hoe u veilig om moet gaan met gasflessen.

Plaatsen van gasflessen

  • Plaats gasflessen altijd rechtop en graaf ze niet in.
  • Plaats de gasfles niet in direct zonlicht of dicht bij een warmtebron, zoals een open vuur of kachel.
  • Plaats de (ongebruikte) gasfles altijd in een goed geventileerde ruimte. Omdat vrijkomend gas naar beneden zakt, moet u het vloerrooster van de disselbak van uw caravan altijd geopend houden. Plaats de gasfles, waar mogelijk, buiten.

 Vervoeren van gasflessen

  • Vervoer gasflessen altijd rechtop, met de gaskraan naar boven en maak ze goed vast.
  • Vervoer gasflessen altijd met een gesloten gaskraan, ook als ze leeg zijn.
  • Rook niet tijdens het vervoeren van gasflessen en zet de motor van uw voertuig altijd af tijdens het laden en lossen.
  • Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het vervoer van gasflessen. Laat gasflessen niet te lang in uw voertuig staan – verwijder ze wanneer u uw bestemming heeft bereikt.

De drukregelaar

De gasdrukregelaar zorgt voor een constante en juiste werkdruk voor de aangesloten apparatuur. Dit is belangrijk omdat de druk in de gasfles vele malen hoger is dan de benodigde werkdruk. De druk in de gasfles is afhankelijk van de buitentemperatuur. Hoe warmer het buiten wordt, hoe hoger de druk is in de gasfles.

Globaal zijn er drie soorten drukregelaars:

  • Gasdrukregelaar voor Campingaz. Leverbaar in 30 en 50 mbar, afhankelijk van de gasapparatuur die u gebruikt. De gasdrukregelaar wordt bovenop een Campingaz fles geschroefd en kan alleen op de blauwe Campingaz flessen gebruikt worden.
  • Universele drukregelaars. De drukregelaar kan gebruikt worden op alle stalen en kunststof propaan gasflessen. Leverbaar in 30 en 50 mbar, afhankelijk van de gasapparatuur die u gebruikt. Een universele drukregelaar wordt aan de gaskraan van de gasfles gedraaid. Let u er bij het aansluiten van de drukregelaar goed op dat deze dezelfde gasdruk aangeeft als de aan te sluiten apparatuur (30 of 50 mbar).
  • Universele drukregelaars met afblaasbeveiliging. Deze drukregelaar is identiek aan de universele drukregelaar, maar dan met afblaasbeveiliging. Dit type drukregelaar is verplicht bij gebruik in camper, caravan, (vracht)wagen en vaartuig met afgesloten gasbun. Gebruik nooit een drukregelaar met afblaasbeveiliging bij open verbranding zoals bij kachels en barbecues.
  • Het is heel belangrijk dat de gasdruk overeenkomt met de werkdruk van de aangesloten gasapparatuur. Er zijn twee mogelijkheden, 30Mbar of 50Mbar.
  • Draai de drukregelaar met de juiste steeksleutel vast op de flesafsluiter en voorkom beschadiging aan de draad. Draai de drukregelaar nooit verder dan handvast.
  • Wij raden u aan een gasdrukregelaar om de vijf jaar te vervangen. Dit is de norm die door de Bovag geadviseerd wordt.

Hoeveel gas zit er nog in mijn fles?

De snelste en meest nauwkeurige manier om te controleren hoeveel gas er nog in uw gasfles zit, is wegen. De manometer op een gasdrukregelaar geeft niet de inhoud van de fles weer, maar de op dat moment geldende doorgangsdruk. Op elke fles staat het leeggewicht (tarra) van de gasfles, het gewicht inclusief vulling of soms zelfs het gewicht van de vulling. Deze gegevens staan vaak in de hals (kraag) van de fles geslagen. Als u de gasfles weegt, haalt u het leeggewicht van dit gewicht af. Het verschil is de hoeveelheid gas in de fles.
Een andere mogelijkheid om de inhoud van uw gasfles te controleren is gebruik te maken van een zogenaamde gasflesindicator.

Gasslang aansluiten/vervangen

  • Gebruik altijd een slang die geschikt is voor het soort gas dat u gebruikt en kies een slang die voorzien is van een jaartal en de naam van de fabrikant.
  • Wij adviseren een gasslang om de 4 jaar te vervangen. Dit omdat het doorstromende gas en eventuele toevoegingen het rubber kunnen aantasten.
  • Gasslangen moeten periodiek vakkundig gecontroleerd worden op slijtage, lekkage en beschadigingen. Bij verkleuring, vervorming, beschadiging of tekenen van poreusheid moet u de slang direct vervangen. Neem geen enkel risico, bij twijfel de slang vervangen!
  • Omdat u rekening moet houden met drukverlies, houdt u de slang zo kort mogelijk. Maar voorkom dat de slang strak komt te staan, gaat knikken of gaat draaien.
  • Houd de slang uit de buurt van warmtebronnen.
  • Gebruik nooit open vuur om een lek op te sporen.

Tot slot:

  • Laat het vullen van gasflessen over aan erkende gasvulstations.
  • Open en sluit fleskranen altijd met de hand. Nooit gereedschap gebruiken.
  • Laat de vaste gastoestellen en gasinstallatie in uw camper of caravan jaarlijks controleren, schoonmaken en afstellen. En laat uw gasleiding afpersen om te controleren of er lekken in de leidingen zitten.